03
mei

0
De WAB, maar dan andersom gedacht

De WAB, maar dan andersom gedacht

Patrick Hustinx

Soms zit het mee en soms zit het tegen. Economisch gezien gaat het de flexbranche voor de wind. In het politieke speelveld is dit helaas anders. Hier staat er al een tijd een flinke wind tegen. De Don Quichots in de Tweede Kamer volharden in hun strijd tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Natuurlijk: voor een deel brengt flexibiliteit minder zekerheid met zich mee en dit is vaak ongewenst. Hypotheek, pensioenopbouw, stabiel inkomen, we hoeven het niet te herhalen. Maar in plaats van de flexibele werknemer hiermee te helpen, of extra te belonen voor zijn waardevolle flex-bereidheid, is het adagium in Den Haag nog steeds dat er mínder flex moet zijn. De basale gedachte is hardnekkig: “we maken flex duurder en ingewikkelder en daardoor zal er minder flex zijn”. Op die manier dacht Asscher een paar jaar geleden ook: “we verplichten een contract voor onbepaalde tijd na 2 contracten op rij en dan zullen er vanzelf veel meer dienstverbanden voor onbeperkte duur ontstaan. Hoera!” … Ik geloof dat inmiddels breed erkend wordt dat dit niet heeft gewerkt.

En dan nu weer de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Er staan heus mooie dingen in. Bijvoorbeeld dat de maatregel van Asscher niet werkte. Maar er zitten toch twee hardnekkige misverstanden in waar ik me druk over kan maken.

Het pijnlijkste misverstand is het idee dat je een makkelijk onderscheid kan maken tussen payrollen en uitzenden. Hoewel de minister al wel een aantal verschillende vormen van Payrollen benoemt (dat is een stap voorwaarts), ontgaat hem de echte impact van deze veelheid aan varianten. Sterker nog: in de toelichting op de wet staat te lezen dat hij hier geen boodschap aan heeft:

“Indien de formele werkgever geen actieve rol heeft gespeeld in het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt (werving en selectie) is er sprake van payrolling […] Dat er bij doorlenen meerdere schakels zijn is niet relevant.”  

De minister gaat hier toch wel erg kort door de bocht. Veel uitzenders hebben hun werk als intermediair (de allocatieve rol) en hun werk als werkgever opgesplitst in aparte BV’s of ze hebben een deel uitbesteed. En dat komt veel voor: veel uitzenders, backoffice payrollers, en let op: franchisegevers vallen in die categorie waar de wet erg onduidelijk over is. En dan heb ik het nog niet eens over de afbakening van “een actieve rol in het samenbrengen van vraag en aanbod”. Waar begint en eindigt dit? En hoe wil je dit per arbeidscontract gaan vaststellen? Er komt zo een enorm grijs gebied met veel onduidelijkheid. Ai, dit gaat niemand helpen.

Een ander punt waar ik me druk om kan maken: het idee-fixe van de ‘vervuiler betaalt’ als oplossing voor de ww. Een kort dienstverband moet flink duurder worden, zegt de minister, want door contracten van bepaalde tijd ontstaat er meer werkloosheid. Het geloof klinkt hierin door alsof de werkgever er lol aan heeft om iemand uit dienst te laten gaan. Het tegendeel is waar. Elke nieuwe medewerker brengt inwerkkosten met zich mee en verlengen van een contract heeft heus de voorkeur op het vervangen van een medewerker. Tenzij er onvoldoende werk is natuurlijk en de werkgever de werknemer moet laten gaan. Of omdat de medewerker niet de juiste kwalificaties blijkt te hebben. In beide gevallen is het naar mijn mening, ook macro-economisch, een goed ding als de medewerker dan kan uitstromen. Uiteindelijk zal er een betere allocatie van arbeidskrachten plaatsvinden. De minister zou eens andersom moeten denken. In plaats van de flex-boete voor werkgevers, zou de minister zich eens moeten richten op het ondersteunen van de flexmedewerker en hem belonen voor zijn waardevolle flexibiliteit. Dát zou nog eens andersomdenken zijn!

Nog vragen na het lezen van deze column?
Laat het ons weten, wij helpen u graag met het Den Haag-proof maken van uw onderneming.

Ontvang onze nieuwsbrief

* indicates required